De hoofddoekproblemen in islamitische gemeenschappen

 HOOFDDOEKPROBLEMATIEK:

 EEN BLAAM VOOR ONZE

 DEMOCRATIE.

 

 Actualisering naar aanleiding van het gebeuren op vrijdag 19-02-2016 in het vluchtelingenkamp te Leopoldsburg.

 

De hoofddoekperikelen in het azielcentrum in Leopoldsburg bewijzen nogmaals de ernst van het religieus fanatisme in bepaalde islamitische gemeenschappen.

De hoofddoek als symbool van de Islam tegenover onze verdraagzame verscheidenheid.

We kunnen best begrijpen dat de hoofddoek als symbool van de islam voor bepaalde strekkingen in de islamgemeenschappen zeer belangrijk is, maar dat mag nooit een VERPLICHTING inhouden in een democratie, waar vrije meningsuiting en godsdienstvrijheid de dragers zijn van ons politiek bestel. Vluchtelingen moeten goed beseffen dat zo’n verplichting opleggen juist de oorzaak is waarom ze voor IS en voor de gruwel van de jihad zijn moeten vluchten. Het aanvaarden van verschillende meningen naast elkaar is een noodzakelijke voorwaarde en een van de pijlers van  de democratie. Iedereen mag in een democratie zijn eigen mening hebben en niemand heeft het recht zijn  mening dictatoriaal op te leggen aan anderen.

Ik durf hiernavolgende veronderstelling nauwelijks verwoorden omdat het moslims zeer erg zou kunnen kwetsen. Als ik het hier toch doe is het omdat het toch wel nuttig zou zijn dat ook moslims zichzelf in vraag zouden durven stellen en aan zelfkritiek  onderwerpen. Ik spreek daarom zeer voorzichtig en in de voorwaardelijke wijs; de vluchtelingenstroom naar Europa zou misschien wel eens het bewijs van het ‘falen’ van de Islam kunnen worden omdat ook de Islam niet in staat blijkt te zijn om zijn vredevolle boodschap in praktijk te realiseren en eerder ontaardt in tweedracht en wreedaardige interne oorlogen, waardoor de vluchtelingenstroom is ontstaan; de boodschap van vrede is een boodschap van wreedheid geworden zoals bij IS (=Islamitische Staat). De meest tegenstrijdige en oorlogszuchtige ideeën zijn uit de Koran geboren omwille van het eigen gelijk en het eigen voordeel eerst en dat kan zeker de bedoeling van Allah niet geweest zijn.

Noodzaak van integratie in onze samenleving: een les in democratische principes.

Om integratie in het Westerse samenleving mogelijk te maken is religieuze vrijheid een van de belangrijkste vereisten die aan vluchtelingen uit islamitische landen moet bijgebracht worden. Zij hebben deze waarden nooit eerder gekend of kunnen beleven: vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid zijn begrippen die in hun eigen land niet eens bestaan. Dat is uiteindelijk de echte reden waarom ze hun eigen land zijn ontvlucht en naar Europa zijn gevlucht. De Islamitische Staat (IS) dicteerde hen immers hoe zij de koran moesten verstaan en uitleggen; IS aanvaardde geen enkele andere interpretatie.

Misbruik van de hoofddoek.

Een hoofddoek mag zeker niet de bedoeling hebben anders gelovigen te provoceren, zoals het nu soms wel gebeurt om op die manier duidelijk afstand te nemen van onze Europese waarden en normen. Afwijken van de misplaatste eenheidsworst die IS voorstaat is voor IS ontoelaatbaar op straffe van een afschuwelijke en onmenselijke afslachting. Dit kan onmogelijk een islamitische verplichting zijn die wordt opgelegd door Allah .

Ook wordt de hoofddoek soms misbruikt als protestmiddel tegen maatschappelijke integratie. Dit verklaart wellicht waarom “vreemdelingen” minder deelnemen aan ons  verenigingsleven; zij houden zich een beetje aan de zijlijn omdat zij onze Europese waarden en normen niet volledig kunnen of willen onderschrijven, aanvaarden of assimileren. Dat is enkel bedoeld als feitelijke vaststelling en houdt zeker geen veroordeling in. Nochtans is dit een absolute voorwaarde om volledig  te integreren en als gelijke beschouwd te worden in ons land.

Iedereen mag hier bij ons zichzelf zijn, als hij maar respect opbrengt voor andere meningen.

Als wij vluchtelingen  hier in ons eigen land kansen willen geven om zichzelf te zijn, mogen wij toch ook wel hetzelfde respect van hen verwachten  om hier mee te werken aan een verdraagzame samenleving,  met respect ook voor onze eigen Vlaamse wortels en identiteit.

Vreemdelingen mogen zich bovendien niet beter  voordoen  dan mensen van hier, want anders gedragen zij zich op hun beurt  als ‘racisten’. Begrijpelijker wijze zet zoiets bij de oorspronkelijke bevolking kwaad bloed, waardoor deze ook gemakkelijker tot discriminerend en minachtend gedrag zullen overgaan ten opzichte van vreemden. Op die manier kunnen  zij zelf  aanzien worden als ‘uitlokkers’ van discriminatie.

Deze voorgeschiedenis werkt de opvang van en het respect voor nieuwe islamitische ‘vrienden’ in de huidige crisis zeker niet in de hand.

Voorbeelden van ongepast gedrag bij ‘nieuwe Belgen’ zijn legio;  het niet navolgen van wetten en regels in het verkeer en bij het onwettig en dubbel parkeren door heel wat allochtone jongeren ergeren regelmatig de oorspronkelijke bevolking. Ook agressief, dominant, provocerend en uitdagend gedrag van groepjes jongeren in het straatbeeld zijn zeker niet bevorderlijk om waardering en respect af te dwingen voor de islamitische jeugd. Daardoor lokken  zij zelf het discriminerend, minachtend en misprijzend gedrag uit bij  mensen van hier! (ook dit gebeurt veel vaker dan men denkt en wordt door de autochtone mensen begrijpelijkerwijze niet aanvaard en zal dan ook gemakkelijker tot discriminatie- gedrag  leiden)

Deze ergerlijke misdragingen leiden vaak tot racistische uitingen door de plaatselijke gemeenschap.

Het zijn deze schijnbaar kleine misdragingen – waaraan vooral tweede-generatie jongeren zich bezondigen- die de plaatselijke eigen bevolking ergeren en soms diep kwetsen, omdat zij zich in hun eigen land op die manier  bespot en veracht voelen; wanneer autochtonen  alsnog dit wangedrag openlijk durven aanklagen worden zij vaak door de groep (meestal uitsluitend mannelijke jongeren, die elkaar om de haverklap met hun gsm verwittigen om een groep te vormen en zo een dreiggedrag  creëren) met fysiek geweld bedreigd, waardoor ‘islamitische jongeren’ zich andermaal in een verkeerd daglicht plaatsen bij de mensen van hier.  Zo maken zij zichzelf eigenlijk onmogelijk en  maken ze zich tot zwarte schapen en zondebokken, die -spijtig voor henzelf-  niet zullen gewaardeerd en niet hoog ingeschat kunnen worden in onze samenleving.

Om objectief te zijn moeten niet enkel jongeren van vreemde origine worden geviseerd maar net zo goed niet maatschappelijk goed- functionerende Belgische jeugd, die voor een gelijkaardig wangedrag verantwoordelijk kan gesteld worden.

Deze ‘hoofddoek problematiek’ heb ik reeds zeer uitvoerig behandeld op 02-04-2002  naar aanleiding van de uitspraken door onze toenmalige minister Dewael (VLD) om een hoofddoekenverbod uit te vaardigen in scholen en in openbare gebouwen hier bij ons.

Daarom is het goed u hieronder ook deze originele versie ter lezing aan te bieden.


De originele tekst over de heisa van het voorstel tot hoofddoekenverbod van april 2002 door toenmalig VLD minister Dewael.


 De vrije meningsuiting is het mensenrecht bij uitstek waarop de democratie gegrondvest is.

Dat uitgesproken de partij die aan de bakermat ligt van de individuele vrijheid van elke burger (VLD) het dragen van een hoofddoek arbitrair en dictatoriaal durft te bestempelen als een onderdrukkingsmiddel van moslimvrouwen, en bovendien in naam van de neutraliteit als een godsdienstig symbool wil verbieden in scholen en bij de uitoefening van een openbaar ambt, is niet alleen onbegrijpelijk en onaanvaardbaar, maar zelfs onwettig in een land waar godsdienstvrijheid en absolute scheiding van Kerk en staat door de grondwet zelf  gewaarborgd wordt.

Neutraliteit van de staat en van het politiek establishment veronderstelt juist dat het beleid zich niet mag bemoeien met de inhoud  en de organisatie van een bepaalde geloofsleer, eredienst of levensbeschouwing, tenzij deze strijdig zou zijn met de grondwet en met de wetgeving in ons land of een schending zou betekenen van de universele rechten van de mens.

Historisch groeiproces van de individuele vrijheid.

Daar waar de liberaal gezinde levensbeschouwing in de loop van de geschiedenis nog terecht de dwingelandij en de interventies van de katholieke Kerk hebben bekritiseerd in een tijd waar de monopolypositie van de Kerk het doen en laten van mensen tegen  eigen heug en meug bepaalde, is de machtspositie en de mentaliteit binnen de kerkelijke structuren nu stilaan zodanig aan het evolueren dat thans ook de geloofsovertuiging om te behoren tot de Christelijke gemeenschap moet berusten op een vrije, onafhankelijke en persoonlijke keuze zonder dwang. Die vrije meningsuiting willen de ‘liberalen’ nu juist zelf terugschroeven omdat geloven ingaat tegen het volledig vrij gedachtegoed zonder enige beperking. De liberalen willen dus in feite verbieden aan anderen , waar zij zelf voor opgekomen zijn: Een contradictio in terminis.

Het wordt tijd dat de neoliberale denkers met deze op til zijnde mentaliteitsveranderingen binnen een kerkgemeenschap in voortdurende evolutie rekening gaan houden en zich niet blijven vastklampen aan een beeldvorming van de Kerk die in feite al lang aan het wijzigen en voorbijgestreefd is. Door individuele uitzonderingen te  benadrukken, te veralgemenen en uit te vergroten wordt de realiteit vervormd en de waarheid geweld aangedaan; alle zekerheden worden zo onderuitgehaald en er rest ons alleen nog drijfzand zonder bodem of houvast. En daar moet het liberalisme uit eigen naam afblijven!

In België is  godsdienstvrijheid toepasselijk op alle geloofsovertuigingen.

Wat de hoofddoekkwestie bij moslimvrouwen betreft, moet de staat er minstens van uitgaan – en dit tot minister Dewael het tegendeel heeft bewezen met bikkelharde en objectieve argumenten – dat ook bij moslimvrouwen het wel of niet dragen van een hoofddoek een persoonlijke en vrije keuze is, al dan niet geïnspireerd op culturele of religieuze gronden. Het is hun volste recht om op te komen voor hun eigen identiteit en anders zijn, hoe erg sommigen dat ook betreuren. De neoliberalen, die dit totaal anders inschatten, hoeven zeker niet in hun plaats te denken: dat ruikt pas echt naar onderdrukking en betweterij en onvrijheid. Ze gaan hier duidelijk hun eigen boekje over vrijheid te buiten. De vrijheid en het individuele beslissingsrecht van moslimvrouwen is immers onaantastbaar en een fundamenteel mensenrecht voor iedereen. Indien de moslimvrouwen zich eventueel toch zouden willen ontvoogden binnen hun eigen gemeenschap,  moeten ze dat zelf in handen nemen. Het politieke beleid moet alleen het wettelijke kader creëren waarbinnen de gelijkberechtiging en evenwaardigheid van vrouw en man juridisch moet kunnen afgedwongen worden, zonder eenieders geslachtelijke identiteit en anders-zijn te ontkennen. Hier eindigt de bemoeienis van de staat.

De rest moet aan het oordeel van moslimvrouwen zelf worden overgelaten, die eventueel via het onderwijs hun mondigheid en assertiviteit kunnen aanscherpen als ze zichzelf al onderdrukt zouden voelen en via juridische weg hun evenwaardige en gerechtvaardige rechten kunnen afdwingen. Uiteraard speelt de intolerantie van de islam tegenover zelfstandige en geëmancipeerde vrouwen, die willen opkomen voor hun eigen vrijheid en identiteit,  hier ook een doorslaggevende negatieve rol, die de positie van de vrouw in de moslim-landen een flinke opdoffer geeft. Ook in de moslimwereld is de mannenmaatschappij immers overal dominant aanwezig: de emancipatie van de vrouw omwille van haar eigen identiteit en anders zijn,  staat hier nog maar in zeer wankele startblokken.

Waarom is godsdienstbeleving een doorn in het oog van liberale denkers?

Laten we vooral niet enggeestig denken dat deze hoofddoekactie een louter ideologische veldslag is tussen geloven en niet geloven, tussen onderdrukking en ontvoogding, tussen geëngageerde stellingname en neutraliteit. Zo simpel is het niet, er is echt wel meer aan de hand. In feite kadert deze liberale actie in een systematische afbraakpolitiek om elke vorm van religiositeit te ondergraven , omdat die nadelig zou kunnen zijn voor de ongebreidelde economische groei en kapitaaluitbreiding van rijken, met armoede,  uitbuiting en onrechtvaardigheid tot gevolg voor het grootste deel van de wereldbevolking.

Daarom is godsdienstbestrijding voor de neoliberalen een zeer fundamentele en bewuste doelstelling, omdat godsdienst een belemmering betekent voor de uitbreiding van het liberale gedachtegoed. Immers, iemand die echt godsdienstig leeft, gelooft in een Opperwezen dat niet materieel en lichamelijk is en aan wie hij verantwoording moet afleggen voor zijn levenswijze. Daarom ook hanteert een gelovige een andere prioriteitenwaardeschaal dan de louter materiële welvaartpiramide, een andere levensdoelstelling dan alleen maar leven voor zichzelf en zijn materieel bezit, en een andere levenszingeving die het aardse leven overstijgt.

Voor gelovige mensen is de medemens dus niet louter een productie- of consumptiemachine, dat mag misbruikt worden voor eigen gewin, maar wel een lid van een en dezelfde mensenfamilie en een creatie van het Opperwezen die al onze aandacht en liefde verdient. De mens heeft de opdracht zich te gedragen en te leven als een goed mens, die niet enkel met zichzelf moet begaan en bezig zijn maar zich ook ten dienste moet willen stellen voor het geluk, het welzijn en het welbevinden van zijn medemens; deze ingesteldheid is zeker geen topprioriteit voor liberale denkers.

Een polyvalente samenleving is gebaseerd op verdraagzaamheid.

Een samenleving waar iedereen zich thuis kan voelen, kan alleen maar tot stand worden gebracht als iedereen iedereen respecteert en waardeert en in zijn eigen specifieke eigenheid en in zijn anders zijn als een  evenwaardige burger wordt behandeld. Verdraagzaamheid en menswaardigheid is inderdaad het cement en de lijm die de individuen van een democratische samenleving moet samenklitten .

De zogenaamde neutraliteit , waarmee de VLD ook in het onderwijs te pas en te onpas zwaait, is noch min noch meer een propagandastunt om hun eigen ideologie te kunnen doordrukken en verspreiden. Liberalen zijn niet minder, maar ook niet meer neutraal dan om het even welke andere levensbeschouwing of godsdienst. Het feit dat ook zij opkomen voor de uitbreiding van hun eigen visie is een bewijs van hun eigen betrokkenheid en stellingname, die zij ook bij anderen proberen aan te kaarten. De liberalen doen dus net hetzelfde als alle andere overtuigingen en hebben zeker geen vrijkaart of voorrang voor hun eigen gedachtegoed.

Natuurlijk moet de neutraliteit van staatsinstellingen en openbare gebouwen gegarandeerd worden, omdat die ten dienste moeten staan van alle strekkingen. Opvallende exclusieve godsdienstige symbolen zijn hier dus niet gewenst (tenzij uiteraard in hun eigen instellingen zoals kerken, scholen, klinieken en verenigingen, die uitdrukkelijk hun christelijke inspiratie en identiteit mogen benadrukken).

Van mensen die in openbare dienst werken, in scholen en aan het loket, kan men wel heel veel verdraagzaamheid eisen, maar men kan ze nooit verplichten tot neutraliteit, omdat niemand neutraal kan zijn: iedereen heeft een mening, een politieke overtuiging, een strekking, een ideologie, een levensvisie, een cultuur en een levensbeschouwing die al dan niet godsdienstig geïnspireerd kan zijn. Neutraliteit van mensen is dus onmogelijk en bestaat gewoon niet. Ook niet bij de  VLD of bij andere politieke partijen.

Wie zich als ambtenaar of leraar verdraagzaam en respectvol opstelt voor andersdenkenden, zal ook door een discrete uiting van zijn eigenheid geen aanstoot geven aan medeburgers.  Zoiets gebeurt trouwens ook in de dialoogschool, waar alle godsdiensten aan bod kunnen komen en waar de christelijke identiteit op objectieve wijze  zijn ‘manneke’ kan staan, naast andere overtuigingen. Zo’n verdraagzame houding zal onze menselijke samenleving alleen maar ten goede komen en verbeteren. Onze eigen individuele vrijheid kan alleen maar begrenst worden door de vrijheid van andere mensen en omgekeerd.  Dat moeten  zeker de liberalen weten, omdat dat  hun eigen stokpaardje is. Zij moeten dat zelf dan ook willen aanvaarden : de vrijheid van andere overtuigingen is al even belangrijk. Er is dus nog veel werk aan de winkel voor ieder van ons, en niet in het minst voor de liberale denkers!

Het is duidelijk dat scholen, klinieken, zorginstellingen, vormingsbewegingen en universiteiten van christelijke signatuur, niet enkel maar bestaansrecht hebben ten gevolge van de vrije meningsuiting, maar bovendien  ook gesubsidieerd en ondersteund moeten worden omwille van hun vormende waarde en hun bijdrage aan het geluk en het welbevinden van heel veel burgers. Ook dat moet kunnen gebeuren in naam van de vrijheid, van het recht op vrije meningsuiting en op godsdienstvrijheid!

Stefaan Cleiren              Kapelstraat 269b           9140 Steendorp            04-02-04

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s