Een godsbewijs vanuit onze menselijke onvolmaaktheid?

 

 

ONZE LICHAMELIJKE GEBONDENHEID LEGT

 

MENSEN SERIEUZE BEPERKINGEN OP.

 

GELOOF DAN MISSCHIEN IN DE

 

GRENZELOOSHEID VAN EEN OERGEEST, EEN  GOD.

 

 Rechtvaardiging van deze tekst.

Het is niet louter toevallig dat ik dit onderwerp heb uitgekozen om als eerste tekst mijn blog te stofferen. Het gaat hier inderdaad om de essentie van de boodschap die ik wil brengen: waarom leven wij en wat is het doel van het menselijk bestaan. Deze bedenkingen over leven en dood bepalen immers grotendeels ons doen en laten, ons denken en handelen en onze omgang met onze medemensen.

Eindigheid van het biologisch leven.

Elk biologisch leven -plant, dier of mens- heeft een begin bij zijn ontstaan en neemt een eind bij het afsterven. Aan die feitelijkheid kan geen enkel levend wezen ontkomen. In het perspectief van de oneindigheid, dat geen begin- of eindpunt kent, is het biologisch lichamelijk leven in feite van uitzonderlijk korte duur, slechts een onooglijke flits in de steeds maar voortschrijdende en continue evolutie van het kosmisch gebeuren, waar het ene constant voortvloeit uit het vorige en wordt voortgestuwd door het volgende. In dit gigantisch  raderwerk waar alles  alleen maar beweging en evolutie is, en waar geen ogenblik rust of stabiliteit bestaat, kan men de indruk krijgen dat onze lotsbestemming reeds op voorhand bepaald is door natuurlijke wetmatigheden zoals ze bij  dieren worden gedicteerd en geprogrammeerd door hun dwangmatige instincten: dieren worden dus geleefd en kunnen niet op vrijwillige basis en vanuit hun eigen bewustzijn weloverwogen en doelbewust interveniëren in hun levensloop.

Plaats en tijd vanuit een geestelijke immateriële invalshoek. Daaruit wordt het mogelijk het anders-zijn van God te omschrijven.

De Oergeest, al naar gelang de godsdienst benoemd als Jahweh, God of Allah, overstijgt het menselijk bevattingsvermogen zoals het kleurenpallet het begrip van de blindgeborene en de geluiden het voorstellingsvermogen van een doofstomme. Hij is immers totaal anders, met niets vergelijkbaar, heeft alle touwtjes in handen, staat in voor de voortdurende veranderingen die maken dat niets nog is wat het ooit was en zal zijn, is niet gebonden aan tijd en ruimte, is naar mensenmaat ondoorgrondelijk en onbegrijpelijk en is niet in zintuiglijke beelden of fantasieën te vatten. Zijn almacht en liefde zijn grenzeloos, zijn scheppingskracht onbeperkt. Zijn “ZIJN” is alleen maar geestelijk. Verleden en toekomst smelten samen in de puntlas van het eeuwige nu. Afstand en ruimte vervagen in  een  eindeloos verre horizon. Schoonheid en geluk zijn oeverloos. Zelfs met de sterkste superlatieven uit onze woordenschat, bereiken we niet eens het absolute nulpunt.  In zijn onnoemlijke grootheid is alles vervat. Hij is volmaakt en perfect, foutloos en dus onverbeterlijk. Al het goede is immers deel van Hemzelf.

Waardebepaling van ons menselijk handelen.

Elke tussenkomst, elke persoonlijke daad en iedere individuele beslissing, die vertrekt vanuit de geestelijke kracht van ons mens-zijn (de liefde), betekent een reële inbreng -hoe onnoemlijk klein en bescheiden ook- in het allesomvattend en universeel wordingsproces van de eeuwigdurende en continue evolutie. Zo maken we er actief deel van uit en beïnvloeden dit gebeuren in positieve of negatieve zin, zodat de verdere evolutie er mede door wordt bepaald en “geprogrammeerd” voor de verdere toekomst. Zo gaat in feite nooit iets verloren van wat we goed doen of niet doen en heeft elke daad van liefde een verregaande en tijdoverschrijdende invloed op het verder positief verloop van deze eindeloze wordingsgeschiedenis, die anders zou evolueren als we er niet op hadden ingegrepen. Door ons actief ingrijpen op die evolutie nu –dat is immers ook Gods wil- geven we impulsen aan het verder verloop van dit kosmisch veranderingsproces. Via dit pietluttig impact op toekomstige veranderingen krijgt ons denken en doen in zekere zin dus ook “eeuwigheidswaarde”. (Ik heb een steen verlegd in de rivier…)

Menselijke drang naar voortbestaan na het biologisch leven.

Omwille van de hierboven aangehaalde inzichten over de wordingsgeschiedenis van het universum moet in feite het belang van het biologisch mensenleven toch zeer sterk worden gerelativeerd,  op zijn juiste waarde ingeschat en tot zijn ware proporties herleid: de mens moet op de eerste plaats zijn lichamelijke vergankelijkheid herkennen en zijn beperktheid zonder discussie aanvaarden.

Sinds mensenheugenis stelt men echter bij de mens een onwezenlijke drang vast om het biologisch leven verder te zetten na de dood via zijn nakomelingen of via reïncarnatie. Mensen willen zelfs hun nagedachtenis levendig houden voor de volgende generaties via materiële tekens en symbolen: standbeelden, paleizen, kunstvormen, onwezenlijke realisaties en bombastische materiële onbenulligheden moeten voor het nageslacht een afspiegeling worden van hun kunstzinnigheid, roem, invloed, rijkdom en macht. Zo willen zij zichzelf “vereeuwigen”.

Daardoor komt echter enkel het biologisch lichamelijk facet van ons mens-zijn aan bod, wijl de essentie  –onze geestelijke meerwaarde die verankert zit in de mogelijkheid om liefde te geven voor de medemens en voor God-  gewoon wordt ontkend of doodgezwegen.

De liefde voor de evenmens reikt ons een zinvol alternatief aan om ons geestelijk leven verder te zetten na de biologische dood.

Wie als een goed mens voor de medemens heeft geleefd, kan tijdens zijn leven reeds gewaardeerd en gerespecteerd worden voor wat hij als mens betekend heeft en na zijn dood zal de herinnering aan hem voortleven bij iedereen die zijn goedheid, inzicht en wijsheid mocht ervaren. Het daadwerkelijk voorbeeld van LIEFDE en MENSWAARDIGHEID is de mooiste en duurzaamste erfenis die iemand kan nalaten voor de mensengeschiedenis.

Wie in zijn leven naar best vermogen heeft gepoogd de typisch menselijke waarden, die de eigenheid van ons mens-zijn uitmaken, in daden om te zetten heeft als een “goed mens” geleefd.

Leven als een goed mens betekent: eigenbelang,  zelfzucht en egoïsme trachten om te buigen in het voordeel van de evenmens door betrokkenheid, bezorgdheid, waardering en respect te betonen en door verdraagzaam, solidair en rechtvaardig te zijn voor elke medemens.

Wie deze menselijke opdracht naar behoren heeft trachten in te vullen gedurende zijn leven, zal ook na zijn dood geprezen en gewaardeerd worden. Het goede dat iemand heeft gepresteerd bepaalt de waarde en is de maatstaf van zijn mens-zijn. Dit is voor de volgende generaties en voor het verder verloop van de geschiedenis de voornaamste reden om de herinnering en nagedachtenis aan een geliefde overledene te bewaren en te bestendigen. Maar des te groter de liefde en inzet van de gestorvene voor de evenmens was, des te groter ook het verdriet en het gemis om het verlies. Wanneer een goed mens sterft moet dankbaarheid voor wat hij voor zoveel mensen heeft betekend, een blijvende hulde zijn en een onuitputtelijke bron van troost. We kunnen hem best gedenken, eren en herinneren door zijn voorbeeldig leven na te volgen. Zo wordt hij “onvergetelijk” en leeft hij voort in het doen en laten van de volgende generaties, zelfs zonder zijn expliciete lichamelijke aanwezigheid.  Zijn geest blijft leven in zijn geliefden.

De biologische dood met perspectief op eeuwig leven.

Liefde kan pas echt ten volle tot ontplooiing komen als ze door de dood is losgekoppeld en ontdaan van onze beperkende lichamelijkheid. Pas dan begint het ware geluk, pas dan is er volledige verzadiging, ontkoppeld aan materiële hebbedingetjes, aan lusten, instinctmatige driften, overdreven eigendunk en aan egoïsme, pas dan kunnen we deel nemen aan het “volle leven” in liefde, in oneindigheid en in eeuwigheid: door dat geestelijk leven kunnen wij deelgenoot worden aan Gods oneindige en grenzeloze LIEFDE.

Gelovige mensen beleven de biologische dood daarom helemaal anders  dan ongelovige mensen. De lichamelijke biologische dood is voor de gelovigen immers geen eindbestemming maar een nieuw begin dat geen enkele vergelijking met het huidige leven kan doorstaan: totaal anders, ondoorgrondelijk, onbegrijpelijk, onvergelijkbaar, onvoorstelbaar en onbegrensd in tijd en ruimte:  een geestelijke deelname aan Gods liefdevolle nabijheid.

Evenzo wanneer het over de verwerking van het rouwproces gaat. Door deze totaal andere inzichten, door dit totaal ander verwachtingspatroon en aspiratieniveau en door het toekennen van een totaal andere eindbestemming aan het menselijk leven zal het rouwproces om een geliefde ook op een totaal andere manier verlopen bij een gelovige dan bij een ongelovige, alleen al omwille van het feit dat voor de gelovige een nieuw en totaal ander leven begint. Voor een gelovige is het dus niet enkel de herinnering die blijft, maar er komt gewoon een andere levensvorm in de plaats, die volgt op de biologische dood en die zijn oorsprong vindt in de geestelijke scheppingskracht die we als DE ONEINDIGE GODDELIJKE LIEFDE kunnen benoemen. Zo is Gods  oneindige Liefde ook de brug tussen levenden en doden.

Vroeg of laat wordt iedereen met de dood van een geliefde geconfronteerd. Ik hoop dat je dan begripvolle mensen mag ontmoeten die bereid zijn het verdriet en leed met U van harte en oprecht te delen in liefde en die uw onmacht of opstandigheid helpen ombuigen in nieuwe hoop om het leven terug op te nemen, verenigd in een liefdevolle band met de overledene:  echte liefde heeft immers een goddelijke dimensie  en verwatert daarom nooit.

Stefaan Cleiren                         Kapelstraat 269bis                       9140 Steendorp

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s