Goed en kwaad bestaat.

 

 

IN HET KADER VAN DE AFFAIRE DUTROUX:

 

GOED EN KWAAD BESTAAT

 

 Voorafgaandelijke bedenkingen.

 Actualisering van dit onderwerp.

Laat me toe dit onderwerp te actualiseren door de affaire Dutroux te linken aan de gebeurtenissen die zich op Nieuwjaarsavond hebben afgespeeld in Keulen; een onwaarschijnlijke aantasting van de vrouwelijke eerbaarheid door groepjes mannen die zich als dieren hebben gedragen en hun seksuele instincten op een bandeloze manier hebben ingevolgd. Deze laakbare feiten zijn een uiting van menselijke normenvervaging, die ons beangstigt en onze samenleving bedreigt. Elk volk dat zich voor een geciviliseerde gemeenschap wil laten doorgaan moet dat eerst bewijzen door respectvol om te gaan met de typisch vrouwelijke eigenheid en met de volstrekte evenwaardigheid van het vrouwelijk anders zijn. Hetgeen voor een volk of een groep van mensen telt, is in feite te herleiden tot de verantwoordelijkheid van ieder individu afzonderlijk. Het optreden in massa of in groep blijft voor elk individu zijn eigen beslissing zonder beroep te kunnen doen op verzachtende omstandigheden omdat het in groep gebeurt. De massapsychologie is hierin verhelderend!

Man en vrouw zijn volstrekt evenwaardig, maar gelukkig niet gelijk.

We moeten dringend af van het idee dat vrouw en man gelijk zijn. Dat is een pertinente leugen. Ze zijn niet gelijkwaardig omdat ze totaal andere waarden vertegenwoordigen. Gelukkig maar dat man en vrouw andere menselijke accenten kunnen leggen waardoor ze elkaar aanvullen en ons mensbeeld vervolledigen. Op dat vlak zijn ze –NIETTEGENSTAANDE HUN ANDERS ZIJN- toch volstrekt evenwaardig. De vrouwelijke zachte waarden vloeien immers voort uit  het moederinstinct, dat voornamelijk gericht is op het welzijn van de medemens, wijl de mannelijke eigenschappen eerder gericht zijn op overheersing  van de medemens  voor eigen eer en glorie. Deze dominante houding van de man is eerder egoïstisch en dictatoriaal, waardoor de vrouw in een minderwaardige en dienende positie wordt geduwd en de vrouwelijke eigenschappen autoritair als minderwaardig worden beoordeeld. Nochtans is het tegendeel waar!

Inderdaad de vrouwelijke identiteit is in feite heel belangrijk voor het uitbouwen van een betere samenleving waar altruïsme, zachtheid, betrokkenheid, vriendschap, liefde en genegenheid hoger worden geacht dan egoïsme, zelfzucht, rijkdom, geweld, kracht en macht. Bij de vrouw staat het menselijke en het emotionele veel meer centraal en haar grote waarde is haar zorg en inzet voor maatschappij en medemens.  Dat wordt ook bewezen door het zeer groot aantal vrouwelijke vrijwilligers in de zorg-sektor. Daarvoor alleen al zijn vrouwen onvervangbaar en verdienen zij meer inbreng in het maatschappelijk gebeuren en in de leidinggevende politieke structuren van een land! Wat meer vrouwelijke  inzichten en wat minder ‘mannelijk masochistisch gedoe’ kan de samenleving in elk geval veel vermenselijken: dan moeten vrouwen echter zichzelf willen blijven  en niet de dominante plaats van de man willen innemen, want dan verandert er in feite helmaal niets. Daarom moet  ook de vrouwen-emancipatie helemaal anders begrepen worden! Het gelijkheidsprincipe  moet   daarin vervangen worden door het EVENWAARDIGHEIDS principe. Dat is geen woordenvitterij maar heeft een totaal verschillende inhoud,  die tot de essentie behoort van wat ik in feite bedoel.

Wanneer vrouwen hun emancipatie en ontvoogding nastreven mogen ze hun typisch vrouwelijke eigenheid en hun recht op anders zijn zeker  niet verloochenen  maar moeten ze zich laten inspireren, respecteren en waarderen omwille van hun anders zijn, dat ze met fierheid en zelfbewust moeten afdwingen; zij zijn de parels die de samenleving moeten emotionaliseren, sieren, ‘verwarmen’ en vermenselijken. In de opvoeding moeten zowel mannelijke als typisch vrouwelijke kenmerken mekaar dus evenwaardig complementeren en in evenwicht houden.

De waarde van een samenleving en de beschavingsgraad van een volk kan gemeten en bepaald  worden aan de hand van het respect,  de waardering en de rol die de vrouw met haar vrouwelijke accenten, haar specifieke eigenheid, haar typisch identiteit en haar anders-zijn, in de samenleving kan, mag en moet tot stand kunnen brengen.

 De sociale media en de  algemene vervlakking van waarden en normen.

Via de sociale media wordt de normenvervaging echter extra in de hand gewerkt en veralgemeend en het ontoelaatbare -vanuit menselijk standpunt- wordt er als normaal en doodgewoon voorgesteld; wat iedereen doet en wat massaal wordt aanvaard is tegenwoordig de enige rechtvaardiging en de enige norm om iets  als goed en als toelaatbaar te bestempelen. Zo wordt geweld op vrouwen immers vaak ook vergoelijkt en aanvaard en wordt het als een evidentie beschouwd in een mannenmaatschappij, waar de typisch vrouwelijke eigenschappen sterk worden ondergewaardeerd. In vele gevallen wordt de vrouw als een bezit beschouwd, dat zich moet onderwerpen aan de goodwill van de man; een wereldwijde vergissing en onderwaardering van de vrouw door de mannenmaatschappij.

Nochtans moet iedereen  zich bewust worden van het feit dat man en vrouw volstrekt evenwaardig zijn als  twee verschillende maar evenwaardige varianten van dezelfde mensensoort en dat een vrouw waardering en respect verdient omwille van haar typisch vrouwelijke eigenheid die totaal anders mag en moet zijn dan de mannelijke kenmerken en identiteit. Man en vrouw samen zorgen voor een evenwichtig en compleet mensbeeld omdat ze elkaar complementeren en aanvullen in al de verschillende facetten van ons mens-zijn. DAT IS VOOR MIJ TROUWENS DE BELANGRIJKSTE REDEN OM EEN RELATIE TUSSEN MENSEN VAN HETZELFDE GESLACHT ALS MINDER VANZELFSPREKEND EN MINDER VERRIJKEND TE BEOORDELEN. Dit belet me zeker niet de mening van mensen die er anders over denken dan ik, volledig te aanvaarden en te respecteren :  de vrije meningsuiting  geldt echter niet enkel voor hen maar  ook voor mij,  zelfs als mijn mening lijnrecht indruist tegen het huidig veralgemeend en verwaterd normenbesef.

De relatie tussen man en vrouw moet worden gerealiseerd door een evenwichtige opvoeding tot zelfzekere goede mannen en emotionele liefdevolle vrouwen.

Door de opvoeding moet  men de jeugd inzichten bijbrengen wat echt belangrijk is in het leven en waar het voor mensen en hun relatie met elkaar echt op aan komt. Uiteraard is het niet gemakkelijk, niet vanzelfsprekend en niet evident om zich als een goed mens te gedragen, omdat dat een strijd veronderstelt tegen zijn eigen egoïsme en zelfzucht om zich daardoor vrijwillig te kunnen focussen op het welzijn van onze medemens. Deze accentverschuiving is in tegenspraak met de algmeen geldende waardeschaal en gaat frontaal in tegen de gemakzuchtige houding die ons door onze dierlijke instincten wordt ingegeven en die door de meeste mensen aanvaard en gepropageerd wordt omdat het aan ons natuurlijk instinctmatig gedrag beantwoordt. De meeste mensen komen dan ook niet verder dan het louter biologisch instinctmatig dierlijk niveau,  dat gemakkelijk en vanzelfsprekend te realiseren is, maar dat nooit de typisch menselijke meerwaarde kan benaderen die ons echt tot mens maakt en die ons torenhoog verheft boven  de dierlijke gedragingen. Daarom is een goed mens worden geen klein bier; het is een levenslange weg om tegen ons eigen egoïsme en zelfzucht in te gaan en onszelf te relativeren om ons typisch mens-zijn in al zijn verschillende facetten ten volle te beleven en om zo uit te stijgen boven ons louter biologisch dierlijk leven.

Hoe moeilijker de strijd, des te waardevoller de overwinning.

Omdat de meeste mensen de confrontatie om zich als een goed mens te ontwikkelen te moeilijk vinden, om tegen zichzelf en hun eigen egoïsme in te gaan, hebben de meesten waarschijnlijk de lectuur van deze tekst reeds voortijdig stopgezet en als utopisch, idealistisch en onrealistisch afgewimpeld. Het loont nochtans meer dan de moeite om ons mens-zijn in al zijn verschillende facetten, die ons precies tot mens maken, te doorgronden en om als goede mensen te kunnen leven en om zo het diep menselijk geluk te kunnen ervaren.

Het verheugt me dat u –door het feit dat u dit allemaal nog aan het lezen bent- tot de waardevolle doorzetters behoort, die zich  grondig willen bezinnen over  het hoe en het waarom van  onze menselijke gedragingen en om de diepere zin van het menselijk leven te ontdekken. Heel veel waardering  hiervoor!

 


 

HIER VOLGT DE OORSPRONKELIJKE TEKST GEPUBLICEERD OP

  8 MAART 2004 TER GELEGENHEID VAN ‘DE AFFAIRE DUTROUX’ .

Mijn zeer bescheiden “einde loopbaan”.

De laatste jaren van mijn leraars ”carrière” kreeg ik het steeds vaker aan de stok met een weliswaar zeer beperkt aantal leerlingen die zichzelf hadden verheven op het voetstuk van de perfectie, overtuigd van hun eigen gelijk en bewust van het feit dat zij de absolute en onaantastbare waarheid in petto hadden. Zulke jongeren kunnen zichzelf niet relativeren, laat staan dat ze respect en begrip kunnen opbrengen voor andere meningen en opvattingen. Zij negeren de objectiviteit en zijn alleen met zichzelf en hun eigen imago begaan. Zelfkritiek, zelfreflectie en een eigen foutenanalyse zijn niet aan hen besteed. Daardoor kunnen zij hun eigen gedragingen en denkpistes uiteraard ook niet bijsturen. Alles wat fout loopt, wordt steevast aan anderen toegeschreven. Zij zelf zijn de onschuld zelve en omdat ze zichzelf als volmaakt beschouwen, zijn ze onverbeterlijk en daardoor in feite onopvoedbaar. Elke verbetering begint immers met het besef van zijn eigen beperkingen en van de juiste inschatting van zijn eigen mogelijkheden. Dat leidt tot een gerechtvaardigd en evenwichtig zelfrespect.

De gangbare leidraad om goed van kwaad te onderscheiden is een zeer pijnlijke vergissing.

In onze liberale en individuele denkwijze worden de maatstaf en de norm om goed en kwaad te bepalen zeer simpel voorgesteld: al wat wijzelf denken en doen, is überhaupt goed en alle andere meningen, die daarvan afwijken,  zijn fout of verkeerd. Hier is dus geen plaats voor verdraagzaamheid, evenwaardigheid en waardering voor anderen. Leefregels, wetten en normen die dienen om menswaardig en rechtvaardig samenleven  met medemensen mogelijk te maken, worden autocratisch van  tafel geveegd, omdat de eigen visie – de enige echte – daardoor aan banden wordt gelegd. Met zo’n ingesteldheid kan geen enkele bijdrage geleverd worden  aan een menswaardige, vredevolle, rechtvaardige en harmonieuze samenleving, omdat die enkel maar kan verwerkelijkt worden door zelfkritiek op zijn eigen egoïsme en zelfzucht.

Ere aan de positieve denkers die zich inspannen voor een meer rechtvaardige wereld.

Door de stereotiepe en karikaturale beschrijving van daarnet, die enkel maar van toepassing is op een zeer marginale en beperkte groep leerlingen, te veralgemenen, zouden we onrecht aandoen aan de vele geëngageerde, gedreven en enthousiaste medemensen die in stilte en zonder tamtam van alles en nog wat ondernemen om een betere wereld op te bouwen voor alle mensen zonder enig onderscheid. Zij zijn kritisch voor zichzelf, bestrijden het onrecht en trekken zich effectief de lotsverbeteringen  aan van alle medemensen.

Spijtig toch dat de agressievelingen, negativisten en egoïsten die uiteraard het hardst roepen alleen maar hoorbaar zijn en de groepssfeer bepalen. Het kaf waait immers altijd hoger op dan het koren, omdat het veel lichter is en daarom  meewaait met de windrichting of zich laat meedrijven met de stroming! Tegen de wind en de stroming inroeien om de top te bereiken is inderdaad een uitzonderlijk moeilijke opgave, maar is juist daarom zo waardevol.

De Lichamelijke Opvoeding op school levert een waardevolle bijdrage om het goed mens-zijn beter te kunnen ontwikkelen.

Als leraar Lichamelijke Opvoeding in het middelbaar onderwijs heb ik altijd al een eigenzinnige en persoonlijke koers gevaren die sterk afwijkt van de gangbare opvattingen van ‘jan-publiek’ over lichamelijke opvoeding en sport. Zo’n afwijkende ingesteldheid is daarom ook moeilijk te verkopen omdat ze ingaat tegen de algemeen geldende meningen en regels.

In de huidige omstandigheden is het gebruik van menselijke spierkracht als natuurlijke fysieke krachtbron om in onze levensbehoeften te voorzien, al lang afgeschreven en voorbijgestreefd. Gedurende duizenden jaren was menselijke spierkracht nochtans het enige middel om in de vijandige natuur te kunnen overleven.

Maar zelfs zonder deze levensnoodzakelijke opdracht van weleer, blijft het onontbeerlijk onze lichaamsfuncties meer dan ooit op peil te houden, al ware het maar om onze optimale gezondheid en levenskwaliteit te waarborgen. Als vak op school komt L.O. slechts gedeeltelijk tegemoet aan deze dwingende lichaamsbehoefte om via uithouding, wilskracht, lenigheid, fysieke kracht en behendigheid ons lichaam in conditie te houden en onze vitale organen in topvorm. Dit verzekert ons een gezonder, langer en kwalitatief beter leven. 

Ook als gezond ontspanningsmiddel om stress en studiedruk te neutraliseren is L.O. het ideale middel of “medicament”; door intensieve lichaamsbeweging en uithoudingsoefeningen verbetert de doorbloeding zodat ook de afvalstoffen in de hersenen, die tengevolge van langdurig en intensief denkwerk ontstaan, beter kunnen afgevoerd worden door het bloed, en zuurstof en ander ‘stof’, dat noodzakelijk is voor ‘hersenwerk’, door het bloed naar de hersencellen kan aangevoerd worden. Na die grote kuis gevolgd door een aanvullende provisie van noodzakelijke voedingstoffen, kan men weer op een propere lei zijn denkwerk hervatten. Vooral in de examenperiode is dat een belangrijke tip , die als een natuurlijk en totaal ongevaarlijk ‘pepmiddel’ kan aanbevolen worden voor studenten uit alle mogelijke studierichtingen.

Als in geen ander vak worden de sociale vaardigheden tot ontwikkeling gebracht. Niet alleen de theoretische kennisoverdracht, het verwerven van fysieke inzichten en de toepassing van natuurkundige wetten komen aan bod, maar tevens en vooral de praktische toepassing in onze alledaagse gedragingen en in ons sociaal engagement.

Met al deze lovenswaardige nevendoelstellingen zijn we echter nog niet doorgedrongen tot de essentie van het vak L.O. op school: de grote opvoedkundige waarde om goeie mensen te vormen, die zich gelukkig en mee verantwoordelijk voelen voor de samenleving van vandaag. Opvoeding moet de vorming van goede mensen beogen. Daarvoor is zelfrelativering en wilskracht nodig en beheersing van onze dierlijke instincten die op ons zelf gericht zijn. Dat gaat niet zomaar vanzelf want in zijn eigen vel snijden om zichzelf te corrigeren en bij te spijkeren doet meestal erg veel pijn. Streng zijn voor zichzelf en mild voor de medemensen is echter de ideale levenshouding om het harmonisch samenleven met medemensen succesvol te laten verlopen. LO op school is trouwens het enige vak waar zo expliciet de praktijkgerichtheid in verband met menselijke vorming aan bod kan komen en evenwichtige en respectvolle sociale relaties in praktijk kunnen toegepast worden. De wilsvorming om tegen zichzelf en zijn eigen instincten in te gaan stelt mensen in staat om aandacht en tijd te geven om begaan  te zijn met het geluk en het welzijn van onze medemens. Zo kan ook bij ploegsporten een echte teamgeest groeien, die uiterst belangrijk is. Alleen door aan deze vereisten te voldoen  kunnen we immers GOEDE MENSEN en goede sporters worden.

DAT MIJN INZICHTEN STRIJDIG ZIJN MET DE SPORTOPVATTINGEN DIE GANGBAAR ZIJN IN DE SPORTWERELD, MAG ONS GEENZINS VERBAZEN, OMDAT  MEN DAAR  ALS DOELSTELLING HET WINNEN VOOROPSTAAT EN DE BESTE PRESTATIE NEERZETTEN, vaak zelfs ten koste van de gezondheid. Men richt zich  geenszins op de voming van goede mensen. Een vermenselijking van de sporter beogen wordt in de sportclubs zeker niet als optie –laat staan als prioriteit- nagestreefd. Dat is de reden waarom LO OP SCHOOL een zeer belangrijke en unieke plaats inneemt  in de menselijke vorming van de leerlingen. Dat geldt voor iedere jongere, aangepast aan ieders eigen conditie en mogelijkheden; NIET ZOZEER DE PRESTATIE VAN DE LEERLING STAAT op school VOOROP, MAAR WEL DE EIGEN MENSELIJKE VORMING EN ONTWIKKELING én het zich goed en gelukkig voelen in zijn eigen vel. Je eigen geluk VERDUBBELT, als je het met anderen KUNT DELEN.  

 Goed en kwaad zijn objectieve begrippen.

Na het intermezzo over de betekenis van LO op school en in het perspectief van wat daaraan allemaal voorafging, wordt het duidelijk dat de notie van goed en kwaad niet zomaar overgelaten kan worden aan het subjectief oordeel en de willekeur van iedereen afzonderlijk. Dan worden goed en kwaad zulke relatieve begrippen dat ze waardeloos en ethisch onverantwoord zijn. We dobberen wat links en laveren wat rechts zonder duidelijke lichtbakens of wegwijzers, waardoor een goed uitgebalanceerde rechtlijnige weg op het doel af, helemaal niet uitgetekend kan worden. Een richtinggevende vuurtoren om te weten waar naartoe, wordt niet gevonden en kan dus ook niet gevolgd worden. Taboeloze bezinning over levenszingeving is hier op zijn plaats, zelfs als daarvoor heel wat heilige huisjes bij onszelf tot op de grond dienen afgebroken te worden.

Om tot een eensluidend en universeel waardeoordeel te komen, van wat de norm en de maatstaf is om goed en kwaad te definiëren, is het nodig te vertrekken vanuit een gemeenschappelijke standpunt dat van toepassing en dus ook bindend is voor iedereen. Wat elke mens met elke  medemens onvoorwaardelijk deelt, is het mens-zijn zelf. Welnu, het meest specifieke kenmerk dat ons precies tot mens maakt, is ons vermogen om – tegen onze egoïstische neigingen in – onszelf te relativeren en rekening te houden met de rechten van onze medemensen. Dat is ook de uiteindelijke levensopdracht die verbonden is aan en voortvloeit uit ons mens-zijn zelf. De grenspaal om goed en kwaad duidelijk af te bakenen, is op dit basisprincipe gefundeerd: goed is dan alles wat we ondernemen, als we maar niet handelen uit egoïsme, waardoor de rechten en vrijheden van medemensen en van de samenleving zelf, op de helling worden geplaatst. Hieruit vloeit automatisch voort dat al wat leeft op aarde respectvol en met schroom  moet benaderd worden, omdat de mens slechts een microscopisch klein deeltje uitmaakt van een immens en eindeloos geheel.

Alhoewel de uitgangspunten totaal verschillend zijn, komen ook alle grote wereldgodsdiensten tot dezelfde vaststelling van het besef van goed en kwaad. Het fundamentele verschil bestaat erin dat goedheid voor gelovige mensen voortspruit uit de oneindige goedheid van God zelf, in tegenstelling tot niet- gelovigen die enkel goedheid kunnen verbinden aan menselijk handelen,  gebaseerd op wat in onze menselijke genen zit ingebakken.  Nochtans blijft wat goed is en wat slecht  gelijklopend en toepasselijk voor beide groepen: daar bestaat in feite geen enkele discussie over. Geen enkel geloof kan immers tegen de menselijke waardigheid in al zijn verschillende facetten ingaan.

De affaire Dutroux is veel meer dan een lees- kijk- en luisterspel.

Het proces Dutroux dat ons dagelijks in feuilletonstijl via de media werd voorgeschoteld om hogere kijkcijfers te bedingen, doet vooral beroep op het beschermend oerinstinct van volwassenen ten overstaan van onschuldige kinderen, om belangstelling, verontwaardiging en gruwel op te wekken.

De volksjury zal alleen maar een oordeel vellen over de schuld of onschuld van de beklaagden en de rechtbank zal de strafmaat bepalen voor de veroordeelden. Tot vervelens toe zullen we nog wekenlang met dit proces nodeloos geconfronteerd worden, want in feite kent iedereen nu reeds het verdikt van het gezond boerenverstand, op enkele onbelangrijke details na. De verschrikking en de afschuw voor zo’n wandaad blijft echter onverminderd bestaan.

Nochtans zal over de hamvraag die aan de grondslag ligt van deze afschuwelijke wandaden niet worden geoordeeld: de algemene normvervaging en de eigen invulling van goed en kwaad. Eigenlijk zou dit het proces moeten worden over het morele bewustzijn en het ethische normbesef, om het liberale systeem te bevragen waarbij iedereen in naam van zijn persoonlijke vrijheid en zijn eigen vrije mening, de grenzen van goed en kwaad voor zichzelf kan bepalen en vastleggen op eigen houtje, naar eigen willekeur en goeddunken.

Dan zou dit proces veel meer worden dan de “affaire Dutroux” alleen en zouden even erge wandaden zoals de mishandeling en het misbruik van vrouwen even krachtdadig moeten veroordeeld worden. Dan zouden we allemaal in eigen boezem moeten kijken om ons individueel besef van goed en kwaad aan te passen aan wat algemeen menselijk is, aan wat als algemeen menselijk kan aanvaard worden en om het af te stemmen op het essentiële dat ons mens-zijn bepaalt: alleen het goede willen voor alle medemensen door zichzelf op de eerste plaats een groot stukske te relativeren.

Met dank voor uw bereidwillige aandacht!

Stefaan Cleiren           Kapelstraat 269b            9140 Steendorp             08-03-04

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s