Zingeving vanuit het mens-zijn.

 

HOE LEVEN ALS GOEDE EN GELUKKIGE MENSEN

Een bijdrage om de verzuring van de maatschappij tegen te gaan. 

 En wegwijzers om opnieuw zin en goesting te krijgen in het leven.

Voor alle mensen die de confrontatie  met het meest wezenlijke in zichzelf onbevangen onder ogen durven zien .

 

Een onomstotelijk en oerdegelijk uitgangspunt als levensopdracht voor alle mensen:

 

 de menswaardigheid

De hiernavolgende tekst is het uitgangspunt waar ik voortdurend naar refereer en verwijs om mijn schrijfsels te funderen en van waaruit mijn soms radicale en controversiële standpunten niet alleen hun oorsprongmaar ook hun rechtvaardiging vinden. Op deze basistekst is heel mijn ideeëngoed gegrondvest en opgebouwd.

Wie ben ik?

Wat maakt mensen precies tot mens?

In de wirwar en de chaotische explosie van waardeloze ‘waarden’ en nietszeggende meningen zonder enig logisch fundament, die ons van alle kanten opgedrongen worden, is het zeker niet gemakkelijk zijn levensweg te vinden naar een zinvol bestaan dat tot echte voldoening en het ware geluk kan leiden. Met zo’n oppervlakkige reclameboodschap wordt ons immers een mensbeeld voorgeschoteld dat opgebouwd wordt uit individualisme, eigenbelang, zelfingenomenheid en egoïsme, uit materialisme, kapitalisme, liberalisme en fatalisme. We zuigen onszelf vol met nodeloze bijkomstigheden wijl we de essentie van ons mens-zijn, waarop we ons leven stevig kunnen funderen, aan ons voorbij laten gaan. Als we ons mens-zijn waardig willen beleven en echt gelukkig willen zijn is het echter het antwoord op deze hamvraag die ons leven zin en inhoud moet geven.

Daarom moet de gemeenschappelijke noemer, die alle mensen met elkaar bindt en die bij elke mens terug te vinden is, van welk ras, godsdienst, cultuur, traditie, kleur of leeftijd hij ook mag zijn, de universele vertrekbasis worden van waaruit het menselijk leven moet benaderd en opgebouwd worden. Op basis van hun mens-zijn, zijn mensen immers nooit volledig gelijk, zoals gekloonde identieke mensen, maar wel volstrekt evenwaardig in hun anders zijn en in hun unieke persoonlijkheid.

Het gemeenschappelijk mens-zijn kan daarom gebruikt worden als het onomstotelijk, oerdegelijk, onverwoestbaar en ontegensprekelijk fundament om te weten hoe we moeten leven om goede en gelukkige mensen te worden.Dit uitgangspunt is nodig om een democratische maatschappij op te kunnen bouwen. Daarom moeten we in de opvoeding niet het materiële ‘hebben’ maar het “goed mens-zijn” trachten na te streven.

Het komt er dus op aan inzicht te verwerven in wat het precies betekent mens te zijn en wat ons mens-zijn juist omvat en inhoudt. Een grondige analyse uitvoeren om de complexiteit van ons mens-zijn te ontrafelen en te doorgronden is de substantiële vraag die hier op de eerste plaats moet beantwoord worden. Zo kunnen we immers weten wat we moeten doen om ons mens-zijn waardig en consequent –als goede mensen- te beleven.

Welnu ons mens-zijn wordt gekenmerkt door een leven dat zich afspeelt op drie verschillende niveaus, op drie terreinen, drie verdiepingen, drie étages. Daardoor verkrijgen we een drie –dimensioneel mensbeeld, dat bij geen enkel ander levend wezen terug te vinden is en dat het mens-zijn exclusief kenmerkt.

-1 Mensen zijn biologische wezens vergelijkbaar met dieren,

omdat ook zij lichamelijk zijn en dus gebonden aan de fysieke en biologische wetmatigheden. Het leven van dieren wordt echter enkel en uitsluitend beheerst, geprogrammeerd, gedetermineerd en gedomineerd door hun instincten, die dwangmatig zijn en die zij willens nillens moeten involgen: zij worden door hun instincten geleefd en beheerst. Zij kunnen er niet onderuit en kunnen niet anders dan hun instincten involgen. Van een vrije wil om te kiezen, te oordelen, af te wegen en naar eigen inzicht en logica te handelen is er bij dieren volstrekt geen sprake. Dieren hebben dan ook geen enkel ethisch normenbesef.

Een tweetal instincten zijn bij alle dieren bijzonder dwangmatig aanwezig om het voortbestaan van het individu én van de soort te garanderen:

          – door het instinct tot zelfbehoud, moet elk dier voortdurend en een leven lang vechten voor voedsel om te overleven: “Eten of gegeten worden”, de “struggle for live” en “the survivel of the fittest”, zijn voor dieren in de vrije natuur dagelijkse kost. Leven is voor hen een voortdurende strijd tegen anderen om zelf te kunnen overleven.

         – Het seksueel instinct, moet instaan voor de instandhouding van de soort en voor een nageslacht. Ook dat is bij alle dieren dominant aanwezig, alhoewel bij de meeste zoogdieren enkel gedurende de ovulatieperiode van het wijfje.

2  Bij mensen zijn de instincten echter niet dwingend,

maar beheersbaar waardoor ze beter als driften kunnen omschrijven worden. Dat maakt het onoverbrugbaar verschil uit met de dierenwereld. Daardoor kunnen alleen mensen beslissingen nemen uit eigen vrije wil en zelfs tegen hun eigen egoïstische instincten in.

Als enige levende wezens hebben zij een ethisch normenbesef. Daarom zijn mensen ook zelf verantwoordelijk voor hun handelingen en kunnen hun daden –vanuit hun menselijkheid- een verdienste inhouden of overbodig zijn, naar gelang ze al dan niet leven in overeenstemming met wat mensen specifiek tot mensen maakt: liefde en bezorgdheid voor medemensen.

Fysiek en biologisch ben je automatisch mens door geboorte. In de mate dat mensen liefde en bezorgdheid betonen voor hun evennaaste, worden ze pas echt waardig mens genoemd te worden en verhogen ze daardoor hun menswaardigheidgehalte. Het leven van echt goede mensen is daarom een constante strijd tegen zichzelf om andere mensen gelukkiger te kunnen maken.

Liefde voor de naaste maakt dan ook de essentie uit van het mens-zijn waartegen niet mag gezondigd worden als men tenminste zijn menselijkheid wil bevestigd zien. Dank zij deze mogelijkheid, die enkel mensen bezitten, kunnen zij er voor zorgen aan anderen dan zichzelf voorrang te verlenen waardoor mensen bezorgdheid, betrokkenheid en liefde kunnen ontwikkelen voor medemensen.

De strijd aangaan met zichzelf om materialisme, egoïsme, zelfzucht en eigenbelang te onderdrukken ten voordele van anderen is zeker geen sinecure en zorgt er voor dat de strijd telkens opnieuw moet gestreden worden bij elke veranderende leefsituatie. Echte liefde is dus geen automatisme dat zonder persoonlijke tussenkomst van de vrije wil ons zo maar overvalt zonder in eigen vel te moeten snijden. Daarom kan liefde ook een leven lang blijven groeien en kunnen we ons steeds meer en meer perfectioneren, zonder echter ooit de totale perfectie te bereiken. Anders overschrijden we immers de grenzen van ons mens-zijn.

Dat is dan ook de nooit afgewerkte levenstaak van elke mens en de belangrijkste bedoeling van de opvoeding om jongeren groeikansen aan te reiken en LIEFDE bij te brengen –elk volgens zijn eigen geslachtelijke en psychologische differentiatie: goed zijn voor andere mensen. Om deze opvoedingstaak bij alle jongeren met succes te kunnen bekronen vertrekt men liefst niet vanuit godsdienstige overwegingen die uiteindelijk dan toch van hogerhand zullen opgelegd worden, maar fundeert men deze best vanuit hetgeen alle mensen zelf kunnen afleiden uit wat in de essentie van hun eigen mens-zijn ingebed en terug te vinden is: de mogelijkheid die aan mensen gegeven is om LIEFDE te ontwikkelen voor onze medemens. Dat is trouwens gelijktijdig de brug die nodig is om deelgenoot te worden aan die oneindige LIEFDE.

Man en vrouw zijn twee varianten van dezelfde mensensoort. Zij leggen totaal andere accenten gebonden aan hun geslachtelijkheid, waardoor ze elkaar binnen een huwelijksrelatie kunnen complementeren en aanvullen. Man en vrouw vormen allebei samen een evenwichtig mensbeeld, opgebouwd uit de typische mannelijke (meer zelfvoldane en cerebrale) en vrouwelijke (meer dienstbare en emotionele) kenmerken, waardoor ze toch volstrekt evenwaardig blijven in hun anders-zijn, zoals de twee kanten van een munt anders, maar toch absoluut noodzakelijk zijn om aan de munt zijn waarde te kunnen geven.

Zo zijn man en vrouw in staat hun seksualiteit -als de meest dwingende dierlijke behoefte- te verzoenen met de liefde voor heel de persoon van de partner, omdat liefde de meest typische menselijke eigenschap is. Levenslange trouw en telkens opnieuw proberen om elkaar nog meer en beter te beminnen is het uiteindelijk doel van elke huwelijksrelatie. Het intiem samenzijn overstijgt zo het louter seksuele en krijgt een geestelijke en vermenselijkte meerwaarde die gericht is op gans de pesoon van de partner. De kinderwens en de voortplanting is  daarom geen doel op zich, maar moet steeds ondergeschikt blijven aan de LIEFDESOPDRACHT voor onze unieke levenspartner.

  -3 MAAR …menselijke liefde blijft -hoe dan ook- toch altijd NOG onvolmaakt.

omdat mensen nooit ofte nimmer in staat zullen zijn hun eigenbelang en egoïsme volledig aan de kant te schuiven in het voordeel van medemensen, wegens de beperkingen die het gevolg zijn van hun lichamelijkheid. Wij hebben echter het buikgevoel en de emotionele overtuiging dat liefde oneindig, eeuwigdurend en volmaakt zou moeten zijn.. Wegens hun lichamelijke instinctmatige gebondenheid kunnen mensen echter dit streefdoel en aspiratieniveau nooit bereiken, alhoewel we onze liefde voortdurend en levenslang kunnen blijven perfectioneren en bijschaven, door onszelf niet voortdurend op de eerste plaats te laten voorgaan.

Er moet dus WEL IEMAND zijn die niet aan die lichamelijke beperktheid gebonden is, die volledig geest moet zijn waardoor Hij volmaakte en oneindige liefde bezit zonder enige beperking. Daarom ook is Hij uniek, enig en almachtig.

Deze ‘IEMAND’ is de scheppende Oergeest die we ons met de beste wil van de wereld niet eens kunnen voorstellen omdat Hij zo totaal anders is, onvoorstelbaar naar menselijke normen en niet in woorden, beelden of in zintuiglijke fantasieën te vatten.

 “HIJ IS DIE IS” wordt, al naar gelang de godsdienst, met veel schroom benoemd als Jahwe, God of Allah. Het is via de Thora voor de Joden en via de Koran voor de Islam dat de profeten deze Oergeest naar menselijke begripsnormen toegankelijk hebben gemaakt.

Christenen daarentegen geloven dan weer dat Christus de zoon is van God zelf, die als geen ander, kan openbaren wie God eigenlijk is: door de kruisdood van Christus bewijst God zijn liefde tot het uiterste VOOR ALLE MENSEN en door zijn verrijzenis en ten hemel opneming zijn nooit geziene almacht. Het verrijzenisgeloof is daarom essentieel voor het christendom en is terug te vinden in HET NIEUW TESTAMENT, waarin het leven van Christus wordt vertelt.

Mensen moeten, ten gevolge van hun menselijke onvolmaaktheid, in die almachtige, volmaakte en liefdevolle Oergeest willen geloven en Hem aanbidden. Vermits alle monotheïstische godsdiensten in deze ENE OERGEEST geloven, moet het wel over hetzelfde Opperwezen gaan.Dit is een belangrijk gemeenschappelijk inzicht dat deze godsdiensten samenklit en kenmerkt en waarvoor ze elkaar ook extra moeten waarderen: Ze moeten alleen maar doordringen tot de essentie van dat opperwezen: oneindige liefde en almacht.

De openbaringsverschillen kunnen dan als bijkomstigheden worden aanzien. Dit is immers voorwerp van de godsdienstvrijheid: respect opbrengen voor elke persoonlijke overtuiging als ze maar beantwoordt aan de menswaardigheid die in feite Gods opdracht voor de mensen omvat, eventueel ook op basis van een vrijzinnig gedachtegoed. Zelfs dat moet kunnen!

Wie in dit aardse leven de liefde voor mensen naar best vermogen heeft trachten in te vullen, kan in het hiernamaals ook deelgenoot worden aan Gods oneindige LIEFDE.

Deze ode aan de liefde is bestemd voor alle mensen van goede wil, …zomaar, omdat ik alle mensen toch zo graag zie.

Stefaan Cleiren              Kapelstraat 269 bis           9140 Steendorp            eind maart 2015

 

 

 Alle teksten die ik halfmaandelijks op deze blog zal plaatsen, zullen vanuit bovenstaande visie over de mens en vanuit dit mensbeeld niet alleen geschreven maar gelijktijdig ook gerechtvaardigd worden.

 

 Daarom is deze visietekst die ons mensbeeld verwoordt, zo belangrijk en kunnen al de hiernavolgende teksten alleen maar begrepen worden vanuit dit oerdegelijk en logisch verantwoord uitgangspunt. Als op bepaalde momenten  de door mij ingenomen standpunten voor u overdreven lijken of te idealistisch zouden blijken is het aangewezen dit basisuitgangspunt nogmaals rustig door te nemen. Dat is dan zeker geen verloren tijd omdat het niet zomaar een willekeurig vertrekpunt is, dat naar believen al dan niet kan ingeschakeld worden, maar een oerdegelijk standpunt dat gerechtvaardigd wordt  op honkvaste en logische fundamenten: de menselijkheid. Men moet zich van deze onveranderlijke uitgangspunten  voortdurend bewust zijn om de ingenomen  standpunten te kunnen begrijpen en te rechtvaardigen.

 Heel veel denkplezier

Advertenties